Blog Image

De Keus van Bassie

.

Met enige regelmaat voorziet bassist Marcel "Bassie" Besselink zijn bandgenoten met wetenswaardigheden uit de popmuziek. Een aantal van deze berichten uit het verleden zijn in dit blog te lezen. En inmiddels verschijnen er weer nieuwe afleveringen. Omdat er met grote regelmaat filmpjes van YouTube worden verwijderd is het mogelijk dat een link niet meer werkt. Als u dat merkt, stuur dan s.v.p. een mailtje naar info@lemoncurry.info dan kan door Bassie een nieuwe link gezocht worden.

Een flessenhals om je vinger

De Keus van Bassie Posted on Sat, January 31, 2015 11:36:44

Er is veel
lol te beleven met een fles drank. En zelfs als de fles leeg is is die nog op
muzikale wijze te benutten. Men neme de hals en schuift die om de vinger en
voila, klaar voor een partijtje slide gitaar. Daarom deze keer in De Keus van
Bassie
: slide-gitaristen.

De pionier van de slide gitaar was Sylvester Weaver die in 1923 het nummer “Guitar Blues” opnam, het allereerste nummer waarbij de bottleneck werd gebruikt. Een ander nummer dat hij enkele jaren later opnam was “Bottleneck blues”.
Sylvester Weaver – Bottleneck Blues

Vrij
algemeen wordt Robert Johnson gezien als de grondlegger van de blues. Hoewel
velen (ook ik) het over het hoofd hebben gezien was hij het eerste lid van de
club van 27, artiesten die op 27-jarige leeftijd het tijdelijke voor het
eeuwige verwisselden. Misschien omdat dat in 1938 gebeurde is dat collectief
over het hoofd gezien. Hij beheerste vele stijlen, waaronder slide gitaar. Het
was pas vele jaren na zijn dood, in de jaren ’60, dat hij de erkenning kreeg
voor zijn werk. Dit nummer is vooral bekend door de uitvoering van Cream, een
van de eerste bands van Eric Clapton.
Robert Johnson – Crossroads

Een van
hevig de door Robert Johnson beïnvloede bluesgitaristen is ‘King of slide
guitar’ Elmore James. Begin jaren ’50 had hij vooral hits met nummers van
Robert Johnson zoals ‘Dust my broom’ en
‘Crossroads’. Enkele jaren later schreef hij ook af en toe zijn eigen
nummers. Het bekendste en later door vele andere artiesten opgenomen nummer van
James is ‘The sky is crying’. Zo werd het nummer onder meer opgenomen door Eric
Clapton, Stevie Ray Vaughan, The Allman Brothers Band, George Thorogood en Gary
Moore.
Elmore James – The sky is crying

Ik noemde
hierboven al The Allman Brothers Band, in 1969 opgericht door, zoals de naam al
doet vermoeden, de gebroeders Gregg en Duane Allman. Duane Allman was als (slide)gitarist ook een veelgevraagd
studio- en sessiemuzikant. Hij heeft gewerkt met artiesten zoals Aretha
Franklin, Wilson Pickett, Boz Scaggs, King Curtis, Delaney & Bonnie en John
Hammond. Zijn meest bekende muzikale bijdrage is die aan het album Layla and
Other Assorted Love Songs van Derek and the Dominos. De carriere van Duane
Allman duurde niet lang, op 29 oktober 1971 maakte een motorongeluk een einde
aan zijn 24-jarig leven.
Allman Brothers Band – Stateboro Blues

Een relatief
jonge slidegotarist is Derek Trucks. Al op zeer jonge leeftijd stond hij op het
podium. Zijn eerste betaalde optreden was toen hij 11 jaar oud was en op z’n 13e
had hij al bij Buddy Guy gespeeld. In 1999 werd hij, nadat hij al jaren als
gastartiest met hen optrad, officieel lid van de Allman Brothers Band.. Hij had
toen ook al met grote artiesten als Bob Dylan, Stephen Stills en Joe Walsh
gespeeld. In 2007 werd hij door Eric Clapton uitegnodigd op diens Crossroads
Festival en ging daarna op tournee met de band van Clapton. Enkele jaren had
hij zijn eigen Derek Trucks Band en in 2010, nadat zijn eigen band ter ziele
was gegaan, formeerde hij met zijn echtgenote Susan Tedeschi de band met de
toepasselijke naam Tedeschi Trucks Band. Hoewel zijn roots in de blues liggen
heeft Trucks een geheel eigen muzikale stijl ontwikkeld die een mengeling is
van blues, soul, jazz, rock en Indiaans/Pakistaanse qawwali.
Derek
Trucks Band – Sahib Teri Bandi


Een van de
grootmeesters van de flessenhals is voor mij Keo Kottke. Hij speelt louter
akoestische gitaar en veelal 12-snarig en met de bottleneck. Begin jaren ’80
leek aan zijn carriere een eind te komen door een chronische peesontsteking in
zijn rechterhand. Dit was het gevolg van zijn rechterhand techniek die
blijkjbaar erg belastend voor de pezen was. Hij leerde zichzelf en andere
techniek aan en is vandaag de dag nog steeds actief. Veel van zijn muziek is
intrumentaal, maar af en toe zingt hij er ook bij. Hij beschreef zijn eigen
zang ooit als “geese farts on a muggy day” (ganzescheten op een
benauwde dag). Oordeel zelf.
Leo Kottke – Pamela Brown

In een Keus
van Bassie over slidegitaristen mag natuurlijk Ry Cooder niet ontbreken. Hij begon
zijn carrière in de band van Captain Beefheart maar werkte vooral als
sessiemuzikant. Eind jaren ’60 speelt hij op de albums ‘Let it bleed’ en
‘Sticky fingers’ van de Rolling Stones. In de jaren ’70 begon hij soloalbums op
te nemen waarbij hij een zoektocht langs vele muzieksoorten maakte. Blues,
gospel, calypso, jazz, folk en later (op zijn album ‘Chicken Skin Music)
Tex-Mex en Hawaiaanse muziek werden door hem omarmd. In de jaren ’80 schreef
hij veel filmmuziek, waaronder die voor de film ‘Paris, Texas’ van Wim Wenders.
De rode draad door zijn carrière is zijn voortdurende ontdekkingsreis door
verschillende muziekgenres waarbij zijn project ‘Buena Vista Social Club’
waarschijnlijk het bekendst is bij het grote publiek. In 1997 bracht hij een
aantal bejaarde Cubaanse muzikanten bij elkaar die de authentieke Cubaanse
muziek maakten. Het werd een wereldhit en het was dezelfde Wim Wenders van
‘Paris, Texas’ die er een documentaire van maakte.
Een keuze
uit zijn oeuvre maken is lastig vanwege de vele dingen die hij gedaan heeft. Daarom ter
afsluiting niet 1 maar 3 filmpjes.

Ry Cooder – Crazy ‘Bout An Automobile

Ry Cooder – Vigilante Man

Ry Cooder – At The Dark End Of The Street



Simon Phillips

De Keus van Bassie Posted on Sun, June 22, 2014 11:58:10

Als jong
knaapje wilde ik, net als mijn idool Keith Moon, drummer worden. Dat ben ik ook
geworden, al ben ik begin deze eeuw overgestapt op de bas. Maar een drummer
blijf je je hele leven. En daarmee ook mijn fascinatie voor drummen en
drummers. Daarom in deze aflevering van De Keus van Bassie een van mijn
grootste drumhelden: Simon Phillips.

Als hij al
bekend zou zijn bij het grote publiek dan is het vanwege het feit dat hij van
1992 tot begin 2014 de drummer van Toto was. Maar de lijst van muzikanten met
wie hij gespeeld heeft is lang en indrukwekkend. Zijn
professionele carrière begon toen hij op 12-jarige leeftijd in de Dixieland
band van zijn vader ging spelen. Vier jaar later werd hij gevraagd om in de
musical Jesus Christ Superstar te gaan spelen en hij werd een veelgevraagde
sessiedrummer. De eerste keer dat ik zijn naam tegen kwam was in 1978 op de
soundtrack van Evita. De tweede keer dat hij mijn aandacht trok was op het
album ‘White City’ van Pete Townshend, voorman van The Who. Het bekendste nummer
van dit album is ‘Face the face’, maar het mooiste is ‘Give blood’.
Pete Townshend – Give blood

De eerste
keer dat ik hem in de spotlight zag was in het programma Superdrumming. Dit
werd in 1987 uitgezonden op de Duitse zender ARD en was een programma van Pete
York, in de jaren ’60 bekend geworden als drummer van de Spencer Davis Group.
De programma draaide geheel om drummers. In de eerste serie waren dat Gerry Brown, Nippy Noya, Louie Bellson,
Cozy Powell, Ian Paice en Simon Phillips.
Superdrumming – Don’t step in it

Ondertussen
was hij een veelgevraagd sessiedrummer en speelde hij onder andere op albums
van Robert Palmer, Nazareth, Whitesnake, Albert Hammond, Phil Manzanera, Walker
Brothers, Judas Priest, Edwin Starr, Duncan Browne, Roger Glover, Colin
Blunstone, Gary Moore, Art Garfunkel, Jeff Beck, Stanley Clarke, Jon Anderson,
Roxy Music, 10CC, Mike Oldfield, Ph.D., Tears for Fears, Mick Jagger, Peter
Gabriel, Ian Gillian en vele, vele anderen. In 1989 ging hij mee op de
wereldtoenee van The Who.
The Who – Who
are you?

In 1977
wordt de band Toto opgericht door een de sessiemuzikanten Steve en Jeff
Porcaro, Steve Lukather, David Paich, David Hurgate en Bobby Kimball. Het
familiefeestje wordt compleet wanneer in 1983 Mike Porcaro David Hugate opvolgt
als bassist van de band. Het familiefeestje wordt verstoord wanneer drummer
Jeff Porcaro in 1992 overlijdt aan een hartaanval, veroorzaakt door Atheromatose
(in de volksmond ook wel aderverkalking genoemd) ten gevolge van jarenlang
cocainegebruik. Toto stond aan de vooravond van een nieuwe wereldtoernee en
Steve Lukather wilde de toernee zo kort na het overlijden van Jeff Porcaro
alleen doen wanneer Simon Phillips als drummer de plek achter de trommels wilde
innemen. Na afloop van de tour wordt Phillips gevraagd permanent lid van de
band te worden. En dat is hij tot begin dit jaar gebleven.
Toto-
Rosanna

In de jaren
dat hij bij Toto speelde heeft Phillips ook altijd zijn soloprojecten gehad. Een daarvan
is Protocol waarin hij behalve zijn kwaliteiten als drummer ook die als componist kwijt kan.
Protocol – Biplane
to Bermuda

Een andere
bezigheid van Phillips is het gevan van clinics. Als endorser van Tama (drums)
en Zildjan (bekkens) reist hij de hele wereld over om clinics te geven. Hij
laat het publiek niet alleen genieten van zijn geweldige kwaliteiten als
drummer, maar weet ook op zeer onderhoudende wijze te vertellen over waarom hij
wat doet, en heeft bij elke vraag van het publiek wel een anekdote paraat. Hoe
ik dit weet? Ik smaakte kortgeleden het genoegen om een clinic van hem bij te
wonen. Met open mond heb ik zitten kijken en luisteren.

Simon
Phillips – Drumsolo tijdens clinic bij Drumland in Lijnden

En wie (net
als ik) hier geen genoeg van kunnen krijgen is er op YouTube genoeg te genieten
te vinden:

Simon
Phillips – Drum Solo Performance Drum Fest 2009

Simon
Phillips – Tama Drum Clinic 2008 (Chili)



Je hoort me wel maar je ziet me niet

De Keus van Bassie Posted on Wed, April 09, 2014 17:59:03

In de loop
van de popgeschiedenis zijn we diverse keren gefopt. Dan dachten we dat degene
die we zagen zingen ook hoorden zingen. Dat was lang niet altijd het geval.
Daarom deze keer in De Keus van Bassie: Je hoort me wel maar je ziet me niet.

Het meest bekende
voorbeeld van hoe we voor de gek werden gehouden is het duo Milli Vanilli. Deze
creatie van producer Frank Farian bestond uit de heren Fab Morvan en Rob
Pilatus. Deze heren konden op zich wel zingen, maar de platenmaatschappij
besloot dat degenen die eigenlijk als achtergrondzangers zouden dienen de
leadvocalen voor hun rekening zouden nemen. Blijkbaar zagen deze heren er
minder apetijtelijk uit en werd daarom besloten dat degenen die geen noot
hadden gezongen net moesten doen alsof zij dat wel hadden gedaan. Bij
live-concerten werd er dus vrolijk geplaybackt. Milly Vanilli scoorde hits en
kreeg zelfs een Grammy als ‘beste nieuwe artiest’. Toen een paar dagen later
duidelijk werd dat het allemaal fop was moest de grammy weer ingeleverd worden. Een Amerikaanse
rechter bepaalde zelfs dat iedereen die de plaat gekocht had zijn geld terug
diende te krijgen. Of daar veel gebruik van is gemaakt weet ik niet.
Millie Vanilli – Girl I’m Gonna Miss You

De
hierboven al gememoreerde Frank Farian had al enige ervaring in het foppen van
het publiek. Halverwege de jaren ’70 bedacht hij Boney M. Deze band bestond uit
drie zangeressen en een zanger. Nou ja…. Van de drie dames was er 1 die echt
zong en zanger Bobby Farrell was eigenlijk alleen aangetrokken vanwege zijn
nogal aparte dansstijl, die nog het gevolg leek van buikkrampen en de gevolgen
van een overdaad aan alcohol en pillen. De vocalen die Farrell playbackte waren
door Frank Farian zelf ingezongen.
Boney M – Daddy Cool

In 1973
scoorden The Rubettes hun enige nummer 1 hit “Sugar Baby Love”. Kenmerkend voor
dit liedje is het falsetto geluid van zanger Paul DaVinci (die voor de
burgerlijke stand Paul Prewer heet, maar met zo’n naam zou ik ook wat anders
verzinnen). Dit nummer werd opgenomen door een aantal studiomuzikanten met Paul
DaVinci als zanger. Nadat het nummer was opgenomen werd er door de
platenmaatschappij een band samengesteld, maar Paul DaVinci had geen trek om
daar deel van uit te gaan maken omdat hij een solocarrière ambieerde. Van de
band die geformeerd werd had overigens maar de helft van de mensen werkelijk op
de plaat meegespeeld. Waarbij degene die de zangpartij van DaVinci op tv
playbackte (Alan Williams) en die we in het volgende clipje dus net zien doen
alsof hij zingt wel had meegespeeld, maar alleen als gitarist en niet als zanger. Want we
horen Paul DaVInci.
The Rubettes – Sugar Baby Love

Hoewel hij
bij de meesten onder ons voornamelijk bekend staat als een one-hit wonder was
Marvin Lee Aday toch redelijk succesvol was met de verkoop van zijn meest
bekende album, waarvan er wereldwijd meer dan 43 miljoen exemplaren over de
toonbank gingen, en waarvan er jaarlijks nog zo’n 200.000 worden verkocht. Niet
gek voor een dikzak. Die dikzak kennen we als Meatloaf en het album is
natuurlijk ‘Bat out of hell’. De grote single hit van dit album is het nummer
‘Paradise by the dashboard light’. De zangeres is Elen Foley. Maar die zien we
niet. We zien Karla DeVito.
Meat Loaf – Paradise By The Dashboard Light

Ook in
Nederland kennen we een geval van je hoort me wel maar je ziet me niet. Het
betreft hier de zanger Iwan Groeneveld, beter bekend onder zijn artiestennaam
Spooky. Zijn eerste bekendheid verwierf hij als zanger van de Rotterdamse band
The Swinging Soul Machine. Die band had 1 grote hit: ‘Spooky’s day off’. Dit
was een instrumentaal nummer wat eigenlijk als B-kant van het nummer ‘Nobody
Wants You’ bedoeld was. Dat uiteindelijk toch voor ‘Spooky’s day off’ als
A-kant werd gekozen was niet verkeerd gezien; het nummer bereikte begin 1969
plaats 2 in de Top 40. Dat was dus een hit voor Spooky zonder dat hij er aan
had bijgedragen.
In 1974
scoorde het duo Spooky & Sue een grote hit (ook nummer 2 in de Top 40) met
het nummer ‘Swinging on a star’, en een half jaar later had het duo nog een (iets
bescheidener – nummer 7) hit met ‘You talk too much’. Het sneue voor Iwan
Groeneveld is dat hij ook op deze twee nummers niet zong. Degene die op deze
nummers zong was namelijk de in 2010 overleden Big John Russell. Het was de
bedoeling van manager Han Meijer en producer Jaap Eggermont dat hij samen met de
Engelse zangeres Sue Chaloner een duo zou gaan vormen. Het schijnt echter dat
Big John een nogal jaloerse vrouw had die hem verbood om met de niet onknappe
Sue te gaan samenwerken. En dus werd Iwan ‘Spooky’ Groeneveld als vervanger aangetrokken.
Maar toen waren die 2 nummers al opgenomen, met Big John Russell als zanger. En
zo kon het dus gebeuren dat zanger Iwan Groeneveld 3 grote hits scoorde zonder
op 1 van die 3 ook daadwerkelijk gezongen te hebben.
Spooky & Sue – Swinging on a Star



Steve Cropper

De Keus van Bassie Posted on Mon, March 17, 2014 17:30:48

Een gitarist
en songwriter die bij het grote publiek vrijwel alleen bekend is door een film,
maar die ongelofelijk veel heeft bijgedragen aan de moderne muziek verdient het
om in deze rubriek aandacht te krijgen. Vandaar deze keer in De Keus van Bassie: Steve Cropper.

Geboren op
21 oktober 1941 in Dora, Missouri en als knulletje van 9 met zijn ouders verhuisd naar Memphis Tennesee. Daar werd hij op z’n 20e de vaste
sessiegitarist van het Stax-label. En al snel werd hij, ondanks zijn jonge
leeftijd, de A&R man van Stax. De huisband van Stax die op honderden
opnamen van diverse artiesten (zoals Wilson Pickett, Otis Redding, Bill
Withers, Sam & Dave, Carla and Rufus Thomas en Johnnie Taylor) speelden
bestond behalve uit Cropper uit organist Booker T. Jones, drummer Al Jackson en
bassist Lewie Steinberg. Zij namen ook als band, onder de naam Booker T &
The MG’s instrumentale nummers op zoals hun eerste hit uit 1962 ‘Green Onions’.
Deze clip is van later datum want hier is bassist Steinberg inmiddels vervangen
door de in 2012 overleden Donald “Duck” Dunn. Drummer Al Jackson werd in 1975
vermoord.
Booker T. & The MG’s – Green Onions


Behalve
gitarist is Cropper ook (mede)schrijver van diverse liedjes. En niet de minste.
Zo schreef hij, samen met Otis Redding het nummer The Dock of the Bay. Het
nummer werd 7 december 1967 opgenomen, drie dagen voordat Redding bij een
vliegtuigongeluk om het leven kwam. De single werd enkele weken later
uitgebracht en werd postuum een
nummer 1 hit voor Otis Redding.
Otis Redding – (Sittin’ on) The Dock of
the Bay

Een ander,
ons niet onbekend, nummer dat Cropper een jaar eerder, in 1966, samen met Eddie
Floyd schreef was het nummer Knock on Wood. Dit nummer is door diverse
artiesten gecoverd, waaronder Otis Redding, Carla Thomas, David Bowie, Amii
Steward en niet te vergeten Lemon Curry.
Eddie Floyd – Knock on Wood

We gaan nog
een jaar verder terug in de tijd, naar 1965. In dat jaar schreeft Cropper samen
met een van mijn favoritete zangers, Wilson Pickett, het nummer ‘In the
Midnight Hour’. Zij schreven het op een kamer in het Lorraine Motel in Memphis.
Dit motel zou wellicht alleen bekendheid hebben gehad als het motel waar ‘In
the Midnight Hour’ werd geschreven, ware het niet dat op 4 april 1968, staande
op het balkon van zijn kamer in het Lorraine Motel, Martin Luther King Jr. werd
vermoord.
Wilson Pickett – In the Midnight Hour


Een ander veel gecoverd nummer dat Cropper samen met Wilson Pickett schreef was ’63-45789 (Soulsville USA). Nadat het een hit voor Pickett was geweest werd het onder andere gecoverd door Otis Redding, Ry Cooder, Tower of Power, Bruce Springsteen en als duet door Tina Turner en Robert Cray. En halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw werd het opgenomen door de Haarlemse band ‘Shakey Ground’ waar uw bassist (in die tijd nog percussionist) een bescheiden bijdrage aan heeft mogen leveren. Hij is ook verantwoordelijk voor het clipje.

Shakey Ground – 634-5789

En ja, die
film waar ik het in de inleiding over had was de legendarische film uit 1980 “The
Blues Brothers”. Het heroische epos van de kruimeldieven Jake en Elwood Blues
die teneinde het weeshuis waar zij opgroeiden van de financiele ondergang te
redden hun oude
band weer bij elkaar halen om het benodigde geld bijeen te krijgen. Vele
sterren uit de soul en blues zoals Cab Calloway, Ray Charles, James Brown,
Aretha Franklin, Chaka Kahn en John Lee Hooker spelen een rol in de film.
Gitarist in de Blues Brothers Band is Steve Cropper en de bassist is Duck Dunn.
The Blues Brothers – Everybody Needs
somebody To Love



Covers

De Keus van Bassie Posted on Sat, March 01, 2014 17:52:25

Omdat we nog steeds een coverband zijn en ik een paar
fraaie heb gevonden deze keer in De Keuze van Bassie: covers.
Allereerst een hit uit 1965 van het illustere duo
Sonny en Cher. In de jaren ’60 scoorden zij wat hits en hadden begin jaren ’70
een televisieshow. Na hun echtscheiding in 1975 ging Sonny de politiek in en
ging Cher plastisch chirurgische ingrepen verzamelen. Deze hit van hen is ook
door UB40 & Chrissy Hynde gecoverd, maar deze vertolking vind ik
persoonlijk toch wel de beste.
Tiny Tim & Eleanor Baruchian – I got you babe

Het is altijd lastig om een liedje met zang
instrumentaal te coveren. Het wordt al gauw een saaie bedoening. Maar zet een
trio virtuoze gitaristen uit drie verschillende takken van de gitaarsport bij
elkaar en je zit van begin tot eind op het puntje van je stoel te luisteren.
Tommy Emmanuel / John Jorgenson / Pedro Javier
González – Sultans of Swing

Ik heb, al zeg ik het zelf, een vrij brede muzikale smaak (mijn muziekcollectie gaat letterlijk van Abba tot Zappa), maar er zijn muziekgenres waar ik helemaal niets mee heb. Een daarvan is Country & Western. Mannen met cowboyhoeden waar het conservatisme vanaf straalt en zoetsappige liedjes. Er is echter 1 uitzondering: Johnny Cash. Ik ben er nog niet helemaal achter waarom ik die nu weer wel te pruimen vind. Ik vind sowieso zijn stem iets unieks hebben en wellicht omdat ik als jonge puber op televisie zijn optreden in San Quentin zag associeer ik hem niet met het stereotiep van de countryzanger dat ik hierboven schetste. En als het over covers gaat heeft hij ook enkele juweeltjes nagelaten. Wie een nummer van The Beatles op zo een kippenvel opwekkende manier kan vertolken is een grootheid. Dit nummer komt van zijn (87e!!) album ‘American IV – The man comes around’, het laatste album dat voor zijn dood (in september 2003) uitkwam.
Johnny Cash – In my life

Vele jaren geleden, toen ik een concert van hem op
North Sea Jazz bezocht, vertelde timbalero Tito Puente dat hij het in de jaren
’70 vervelend vond wanneer hem keer op keer gevraagd werd “dat Santana-nummer”
te spelen. Tot het moment dat de afrekening van de royalties van “dat
Santana-nummer” dat hij geschreven had binnenkwam. Vanaf dat moment speelde hij
“dat Santana-nummer” maar al te graag!
Santana – Oye Como Va

Hoewel Jimi Hendrix veel van zijn nummers zelf
schreef heeft hij ook diverse covers gespeeld. Natuurlijk zijn allereerste hit
‘Hey Joe’, een nummer dat door tientallen artiesten in allerlei genres is
vertolkt en opgenomen. Maar ook nam hij een nummer van Bob Dylan op en
vertolkte het op zijn eigen onnavolgbare wijze.
Jimi Hendrix – All Along the Watchtower

Zoals in een eerdere Keuze van Bassiel vermeld stonden er op het
repertoire van Amy Winehouse enkele Specials-covers. Hier twee achter elkaar,
al is ‘Monkey Man’ een cover van een cover, want het origineel is van Toots
& The Maytals.
Amy Winehouse – Little Rich Girl / Monkey Man

Het nummer ‘The tears of a clown’ werd in 1967 door
Smokey Robinson & The Miracles opgenomen voor hun album ‘Make it Happen’.
De muziek is geschreven door Stevie Wonder en Hank Cosby. Wonder nam de instrumentale
opname die hij had gemaakt mee naar het kerstfeestje van Motown omdat hij er
geen tekst bij kon verzinnen en benieuwd was wat Robinson er van kon maken.
Nou, die kon er dus wel wat mee. Pas enkele jaren later, in 1970, werd het als
single uitgebracht en werd en nummer 1 hit zowel in Amerika en Engeland. Het nummer is door vele artiesten, waaronder Phil
Collins, The Flying Pickets en LaToya Jackson gecoverd, maar de meest bekende
is die uit 1979 van de Engelse Ska-band The Beat.
The Beat – Tears of a Clown


Een heel bijzondere cover is natuurlijk wanneer de
Rolling Stones de Beatles gaan
coveren of andersom. Hoewel de fans van beide bands vroeger niet veel van
elkaar moesten hebben (je was of fan van de Stones of van de Beatles) konden de
bandleden het prima met elkaar vinden. In het geval van het nummer ‘I wanna be
your man’ is het overigens de vraag wie nou wie covert. Het nummer is
geschreven door Lennon & McCartney, maar als eerste opgenomen door de
Stones. Pas vlak nadat die het als single uitbrachten werd het door de Beatles
op hun album ‘With The Beatles’ uitgebracht en Ringo mocht het zingen. John
Lennon had geen hoge pet op van het nummer. In een interview in 1980 verklaarde
hij: “Het was weggevertje. De enige twee versies van het lied waren Ringo
en de Rolling Stones. Dat zegt wel hoeveel belang we er aan hechtten. We waren
niet van plan hen iets groots te geven, ja?”
Rolling Stones – I Wanna Be Your Man



Brian Wilson

De Keus van Bassie Posted on Fri, February 28, 2014 12:46:45

Deze week in De Keus van Bassie wil ik het hebben over de in mijn ogen geniale Brian Wilson.
In 1961
richtte hij samen met zijn broers Carl (gitaar en zang)en Dennis (drums en
zang), hun neef Mike Love (zang) en buurjongen Al Jardine (gitaar en zang) de
Beach Boys op. Brian speelde bas, piano en was ook een van de zangers. De Beach
Boys maakten de eerste jaren voornamelijk de zng. surf-muziek en hun eerste
hits heetten dan ook ‘Surfin’’, Surfin’ Safari’, Surfin’ USA’ en ‘Surfer Girl’.
The Beach
Boys – Surfer Girl



De sound van
de Beach Boys werd voor een groot deel bepaald door de close-harmony zang waar
alle leden van de band in participeerden. Alle songs werden door Brian Wilson
geschreven waarbij de teksten veelal werden aangeleverd door zanger Mike Love.
Ook nam hij al snel de rol van producer op zich. In 1964 werd het hem allemaal
wat teveel. Terwijl zij op toernee waren kreeg hij tijdens een vliegreis een
enorme paniekaanval en besloot te stoppen met optreden en zich slechts toe te
leggen op componeren en opnamesessies in de studio. De muziek die hij
componeerde begon daarmee ook complexer te worden en leek in weinig meer op de
simpele surfliedjes uit de beginjaren.

Eind 1965
begon hij, geïnspireerd door het Beatles-album ‘Rubber Soul’ samen met
tekstschrijver Tony Ashton, te werken aan een nieuw project, ‘Pet Sounds’. Met een aantal sessiemuzikanten uit Los
Angeles nam hij het instrumentale gedeelte van het album op en de rest van de
Beach Boys mochten daarna (na terugkomst van een toernee door Japan) de vocalen
toevoegen. Iets wat door hen, en met name zanger Mike Love die in de voorgaande
periode vaak teksten voor de nummers schreef, op z’n zachtst gezegd maar matig
werd gewaardeerd. Dit album
leverde enkele briljante nummers als ‘Wouldn’y it be nice’, ‘Sloop John B.’ En
‘Caroline no’ op.
The Beach
Boys – Caroline No


Dat laatste
nummer heette overigens oorspronkelijk ‘Carol, I know’, wat over een
ex-vriendinnetje van Tony Ashton ging. Brian Wilson had dat echter verstaan als
“Caroline, no”, en nadat het misverstand was opgelost besloten Ashton en Wilson
dat dit eigenlijk beter paste bij de wat trieste melodie van het lied. Het
mooiste lied van ‘Pet Sounds’ (en wat mij betreft zelfs een van de mooiste
popsongs ooit) is ‘God only knows’. Deze clip is uit 1980 en is opgenomen
tijdens een van de weinige concerten waar Brian Wilson weer als pianist met de
band meespeelde. De leadzang op dit nummer is van Carl Wilson, de jongste van
de broers Wilson, die in 1998 op 52-jarige leeftijd aan longkanker overleed.
The Beach
Boys – God Only Knows

Overigens
overleed drummer Dennis Wilson eind 1983 toen hij, stomdronken, tijdens een
zwempartij verzoop.
Tijdens de
opnamesessies van ‘Pet Sounds’ had Wilson gewerkt aan en bijzonder nummer. Het
is niet op ‘Pet Sounds’ uitgebracht omdat hij vond dat het nummer nog niet af
was. Vele maanden werkte hij er met genoemde groep sessiemuzikanten aan en het
kostte uiteindelijk meer dan $ 50.000 op het nummer op te nemen. En daarmee was
het op dat moment behalve het meest complexe, ook het duurste nummer ooit. Ik
heb een dvd waar interviews met deze sessiemuzikanten op staan en zij vertelden
dat zij tijdens het opnemen van het instrumentale gedeelte ervan geen idee
hadden wat ze zaten te spelen en hoe het uiteindelijke nummer zou gaan klinken.
Pas toen de zang werd toegevoegd viel alles op zijn plaats en realiseerden zij
zich welk een meesterwerk er aan het brein van Brain Wilson was ontsproten.
Eind 1966, toen de doorsnee popsong niet veel meer was dan
couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein, werd het alsnog als single
uitgebracht. Werkelijk een juweeltje.
The Beach
Boys – Good Vibrations

Na het
enorme succes van deze single (nr.1 in de VS) en wederom geinspireerd door een
Beatles-album (Sgt. Pepper) toog Wilson aan de slag met zijn volgende project,
Smile. Hij wilde na hetgeen hij
muzikaal met ‘Pet Sounds’ had gepresteerd zijn composities naar het volgende
niveau tillen en zocht samenwerking met tekstschrijver/zanger Van Dyke Parks.
Het moest, zoals Wilson het omschreef, een ‘tienersymphonie voor God’ worden.
Meer dan een jaar werkte Wilson aan het album, maar hoe dichter het bij
voltooiing kwam, hoe moeizamer het ging. Het uitbrengen van het album werd keer
op keer uitgesteld en bovendien ontstond er een juridisch conflict met de platenmaatschappij.
Dit alles in combinatie met steeds grotere meningsverschillen tussen Wilson en
de rest van de band leidde er uiteindelijk toe dat het uitbrengen van het album
helemaal werd afgeblazen. Wilson, die altijd al geestelijk vrij labiel was
stortte volledig in. Bijna drie jaar lang kwam hij zijn slaapkamer niet uit en
bracht de tijd door met eten, slapen, kettingroken en grote hoeveelheden drugs
gebruiken, wat een grote aanslag op zijn gezondheid en zijn stem betekende. Pas
in 1976 werd er weer wat in het openbaar van hem vernomen toen hij in het
programma ‘Saturday night live’ verscheen om, met onvaste stem en zichzelf
slechts begeleidend op piano, zijn grootste hit ten gehore bracht.
Brian Wilson
– Good Vibrations

De jaren
erna ging hij weer meer optreden en er werden ook enkele albums uitgebracht die
overigens geen daverende verkoopsuccessen waren. Langzaam aan ging het beter
met zijn lichamelijke en vooral ook zijn geestelijke gezondheid. Het ging zo
goed met hem dat hij besloot dat hij, samen met Van Dyke Parks, ‘Smile’ wilde
gaan voltooien. Dat bleek wat lastiger dan verwacht. Wat was namelijk het
geval? Alle banden met opnames uit 1967, waren in handen van Capitol Records en
die waren niet van plan om die door Wilson te laten gebruiken. Dat betekende
dat alles opnieuw geschreven en gearrangeerd moest gaan worden. Het
resultaat van de noeste arbeid was de wereldpremière van de voltooide ‘Smile’
in de Royal Albert Hall in Londen, in februari 2004. Wilson, nog immer geplaagd
door grote onzekerheid en faalangst, had grote twijfels of hij zijn grote werk
wel live aan het publiek moest presenteren. Maar Van Dyke Parks wist hem er van
te overtuigen dat hij het moest doen. Na het concert geopend te hebben met een
set van Beach Boys-hits kwam hij terug op het podium voor een integrale
uitvoering van ‘Smile’. Een 10
minuten durende staande ovatie was zijn beloning.
Brian Wilson
– Smile



Ska

De Keus van Bassie Posted on Thu, February 27, 2014 19:02:34

Ik zal het u
eerlijk bekennen: ik ben een liefhebber van Ska.

Eind jaren
‘70/begin jaren ’80 van de vorige eeuw waren er in Engeland een paar bandjes
(Madness, The Specials, The Beat, The Selecter) die de ska heel populair
maakten. Vooral Madness en The Specials waren (en zijn nog steeds) zeer
succesvol. Deze week
gaan we in De Keus van Bassie terug naar de roots van deze muziek; Jamaica. En op die
tocht zullen we een aantal nummers tegenkomen die door bovengenoemde bandjes
zijn gecoverd.

Een van de
bekendste Britse ska-bands is natuurlijk Madness. Die bandnaam is niet zomaar
gekozen. Het is oorspronkelijk een nummer van Prince Buster, een inspiratiebron
voor de band, zoals deze filmpjes tonen:
Prince
Buster – Madness
Prince
Buster’s All Stars – One Step Beyond

En luister
eens naar de eerste woorden in dit nummer:
Prince
Buster – Scorcher

Ook The
Specials hebben geput uit het werk van Prince Buster. Hun eerste
hit “Gangsters” is een bewerking van het nummer “Al Capone”.
Prince
Buster – Al Capone

En op hun 2e
album ‘More Specials’ is dit nummer te vinden:
Prince
Buster – Enjoy Yourself


Een ander
nummer van het eerste album van The Specials is ‘Monkey Man’, steevast
aangekondigd met de woorden “This one is for the bouncers”. Het origineel is
van Toots & The Maytals.
Toots and
The Maytals – Monkey Man

Een tweetal
nummers die The Specials steevast live speelden, maar nooit op een regulier
album van hen verschenen waren ‘Longshot kick the bucket’ en ‘Liquidator’ .
Samen met het nummer maakte dit deel uit van hun ‘Skinhead symphony’.
‘Longshot
kick the bucket’ is oorspronkelijk van The Pioneers.
The Pioneers
– Longshot Kick The Bucket

En ‘Liquidator is van de Harry J. All Stars, waarvan nog vermeldenswaard is dat de drummer en bassist van dat gezelschap de gebroeders Carlton en Aston ‘Family Man’ Barrett waren. De meeste stervelingen zegt dat niets, maar zij waren de ritmetandem van The Wailers en gelden in de reggaewerels als absolute grootheden.
Harry J All Stars – The Liquidator

Tot slot een
nummer wat eveneens jarenlang live door The Specials werd gespeeld. Het is het
nummer ‘Guns of Navarone’, het themanummer van de gelijknamige film uit 1961.
De uitvoerende band, The Skatalites is nog steeds actief, zij het met een
onderbreking van 18 jaar tussen 1965 en 1983. En hoewel de band tot op heden
nog actief is, spelen er nog slechts 2 van de originele 9 leden van de band,
altsaxofonist Lester Sterling en drummer Lloyd Knibbs, in de huidige formatie.
En wanneer je je afvraagt waarom die andere 7 niet meer meedoen; 6 van hen zijn
de pijp uit.
Skatalites –
Guns of Navarone

Voor de
liefhebbers nog de genoemde moderne versies:
Madness –
Madness

Madness –
One step beyond

The Specials
– Gangsters

The Specials
– Enjoy yoursel
f

The Specials
– Monkey Man

The Specials
– Skinhead symphony



De SRV-man

De Keus van Bassie Posted on Thu, February 27, 2014 17:29:50

Nee, dit gaat niet over Rob Taekema, de SRV-man van The Beach.
Het gaat om de helaas in The Band In Heaven spelende gigant uit Austin, Texas:
Stevie Ray Vauhghan.

Geboren als
het kleine broertje van Jimmie Vaughan (The Fabulous Thunderbirds) hoorde de
muziekwereld buiten Texas in Juli 1982 voor het eerst van Stevie Ray Vaughan
toen hij met zijn powertrio Double Trouble (met bassist Tommy Shannon en
drummer Chris Layton) op het prestigieuze Montreux Jazz festival speelde. Het
bijzondere was dat hij op dat moment nog geen platencontract had en dus puur op
zijn groeiende reputatie was gecontracteerd. Een reputatie die het aanwezige
publiek, dat blijkbaar iets geheel anders had verwacht, gezien het boegeroep niet kende.
Stevie Ray
Vaughan & Double Trouble – Pride and Joy

Er waren in
het publiek echter ook lieden die het wel wisten te waarderen. Zoals
bijvoorbeeld singer-songwriter Jackson Browne (die alleen in de VS al meer dan
17 miljoen albums heeft verkocht) die de SRV-man en zijn band aanbood om drie
dagen gratis in zijn privé-studio op te nemen. Dit leverde het album ‘Texas
Flood’ op. Hier het
titelnummer:
Stevie Ray
Vaughan & Double Trouble – Texas Flood

Het was
echter niet alleen Jackson Browne die in Montreux onder de indruk van SRV was.
Ook David Bowie bevond zich in het publiek en vroeg SRV meteen om op zijn
nieuwe album ‘Let’s Dance’ mee te spelen. En dat deed hij met plezier. De
slaggitarist die op het album en dus ook in de volgende clip te horen is, is
Nile Rodgers van Chic.
David Bowie-
Let’s Dance

Vervolgens
vroeg Bowie SRV om mee te gaan op zijn wereldtoernee ‘Serious Moonlight’. Waar
iedere gitarist zou dromen van een dergelijke invitatie bedankte SRV
vriendelijk voor de eer omdat hij zich op zijn eigen trio wilde concentreren.
In 1984 kwam hun 2e album ‘Couldn’t stand the weather out, dat door
de critici slechts gematigd positief werd ontvangen. Een van de nummers van dit album is het Jimi Hendrix nummer
‘Voodoo Child’.
Stevie Ray
Vaughan & Double Trouble – Voodoo Child

In 1985 kwam
het derde album ‘Soul to soul’ uit. Inmiddels was het trio een kwartet geworden
door de toevoeging van organist Reese Wyans. En met het succes kwamen ook de
verslavingen. Drank en cocaïne begonnen een vast onderdeel van het dagelijks
leven te worden en de geconsumeerde hoeveelheden namen angstwekkende grootte
aan. SRV’s lichaam kon de hoeveelheden drank en drugs niet meer verdragen en
tijdens een Europese
tour werd hij in Ludwigshafen wegens een levensbedreigende uitdroging met spoed
in een ziekenhuis opgenomen. Toen hij weer enigszins hersteld was liet hij zich
in Atlanta in een kliniek opnemen om van zijn verslavingen af te komen. Na ruim
een maand verliet hij de kliniek om een gezond drugs- en acoholvrij leven te
beginnen. In 1988 werd
het vierde album ‘In Step’ opgenomen en het leven leek SRV toe te lachen.
In augustus
1990 was Double Trouble het voorprogramma bij twee concerten van Eric Clapton
in Alpine Valley Music Theatre in
East Troy, Wisconsin. Het 2e concert op 26 augustus werd afgesloten
met een jamsessie met SRV, Robert Cray, Buddy Guy, en Jimmie Vaughan. Na afloop
zouden de muzikanten met 4 helikopters terug naar Chicago worden gevlogen. Het
was mistig en de helikopter waar SRV in zat vloog te pletter tegen een heuvel.
Op 30 augustus werd er op de Laurel Land begraafplaats een herdenkingsdienst
gehouden die bezocht werd door zo’n 3000 mensen.

In 1993 werd
een standbeeld van SRV in Austin onthuld.

Wij hebben 2
nummers van Stevie Wonder op het repertoire, de SRV-man had er ook 1:
Stevie Ray Vaughan & Double Trouble – Superstition

Als toegift
nog een klein stukje SRV in z’n eentje.
Stevie Ray Vaughan – Rude Mood



Jeff Beck

De Keus van Bassie Posted on Wed, February 26, 2014 18:53:47

Omdat hij
het verdient deze keer in De Keus van Bassie: Jeff Beck.

In mei 1963
werd in Londen het bluesbandje The Yardbirds opgericht. Na enkele maanden
verliet gitarist Anthony Topham de band en werd vervangen door ene Eric
Clapton. Zij namen een (live)album op en brachten zonder al te veel succes twee
singletjes uit. Hun derde single ‘For your love’ (voor hen geschreven door
Graham Gouldman, later o.a. bekend van 10CC) echter werd een grote hit. De band
verliet daarmee het bluespad en dat was voor Clapton reden om uit de band te
stappen en bij John Mayall & The Bluesbreakers te gaan spelen. De band
vroeg Jimmy Page als vervanger bij de band, maar die verdiende goed als
sessiemuzikant en wilde dat niet opgeven. Hij beval de band zijn vriend Jeff
Beck aan, en twee dagen nadat Clapton de Yardbirds had verlaten speelde Beck
zijn eerste gig met de band.
The
Yardbirds – For Your Love


In oktober
1966 verliet Beck de Yardbirds (nou ja, hij werd uit de band gezet, ik heb
nergens kunnen achterhalen wat hiervan de reden was) en vormde de Jeff Beck
Group. Zanger van de band was Rod Stewart en bassist (!) was Ron Wood. Beiden
vormden, nadat zanger/gitarist Steve Marriott de band ‘The Small Faces’ had
verlaten, met de overige leden van deze band de band ‘Faces’, waarbij Ron Wood
weer zijn oude stiel als gitarist vervulde, wat hij inmiddels alweer bijna 40 jaar
bij de Rolling Stones doet.
Jeff Beck
Group – Let Me Love You

Vreemd
genoeg werd de zang op de enige hit van deze band door Beck verzorgd. Het
schijnt dat dit een idee was van producer Mickey Most die Beck van
bluesgitarist wilde omvormen tot een popidool. De band was geen lang leven
beschoren. Een komen en gaan van bandleden en het uitblijven van succes na de
eerste hit was de reden dat de band in 1969 uiteen viel. Bijgaande clip is
overigens van iets recenter datum. Op het niueuwjaarsfeestje van Jools Holland,
2003. Met Robert Plant, Tom Jones, Solomon Burke, Jimmy Cliff en Chrissie
Hynde.
Jeff Beck –
Hi Ho Silverlining

Na het
uiteenvallen van de Jeff Beck Group wilde Beck een nieuwe groep formeren met
bassist Tim Bogert en drummer Carmine Appice, die tot dan in de Amerikaanse
band Vanilla Fudge hadden gespeeld. Zanger van de band zou Rod Stewart worden.
Een auto-ongeluk, waarbij Beck een schedelbreuk opliep gooide roet in het eten.
Hij was door dit ongeluk bijna tweeënhalf jaar uit de roulatie. Toen hij weer hersteld was formeerde
hij weer een nieuwe Jeff Beck Group. Met deze band werden twee albums opgenomen
waarin een mengeling van soul, rhythm & blues en jazz te horen was. Na het
uitbrengen van het tweede van deze albums viel ook deze formatie weer uit
elkaar en formeerde Beck weer een geheel nieuwe band, deze keer onder andere
met de eerder genoemde Tim Bogert en Carmine Appice. Nadat zanger Bobby Tench
en toetsenist Max Middleton deze band hadden verlaten ging het overgebleven
trio verder onder de toepasselijke naam ‘Beck, Bogert& Appice’. Met dit
trio werd weer een album opgenomen dat, met uitzondering van de Stevie Wonder
cover Superstition maar matig ontvangen werd. Het trio werd in 1974 weer ontbonden.
Beck,
Bogert & Appice – Superstition

Om een lang
verhaal kort te maken: decennia lang vormde Beck de ene na de andere band en
speelde met vele muzikale grootheden. Hij bleef met enige regelmaat albums
uitbrengen, schoof muzikaal steeds meer in de fusion-richting en ontwikkelde
steeds meer een geheel eigen stijl van spelen. In 1999 was hij te gast bij
Jools Holland, in het inmiddels in ‘De Keus van Bassie’ meermalen aangehaalde
programma ‘Later with Jools Holland’.
Jeff Beck – Brush
With The Blues

Jeff Beck
won 3 Grammy Awards en in 1992 werd hij als lid van de Yardbirds opgenomen in Rock
and Roll Hall of Fame. In 2009 werd hij daarin ook als solo-artiest opgenomen.
Hoewel hij inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd ruimschoots heeft bereikt
(hij is van 24 juni 1944) toert hij nog steeds de hele wereld rond en
brengt nog steeds albums uit.
Een leuk
feitje dat ik nog wil vermelden is dat in 1967, toen Syd Barrett Pink Floyd had
verlaten wilde de band Jeff Beck graag als vervanger aantrekken, maar zoals
drummer Nick Mason in zijn autobiografie meldt durfde niemand van hen het hem te
vragen.
Tot slot een
geweldige staaltje van zijn smaakvolle spel in een Beatles-cover.
Jeff Beck –
A Day In The Life



27 Jaar

De Keus van Bassie Posted on Tue, February 25, 2014 18:31:53

Aan de vooravond van een nieuw jaar wil ik deze keer in De Keus
van Bassie stil staan bij 27 jaar. Dat is namelijk de leeftijd waarop een aantal popgrootheden het
loodje legden.

De eerste die dat op die leeftijd deed was Brian Jones,
leadgitarist en mede-oprichter van de Rolling Stones. Op 3 juli 1969 werd hij
dood in zijn zwembad aangetroffen. De toedracht van zijn dood is nooit
vastgesteld. Drank, drugs, moord, zelfmoord, alle scenario’s doen de ronde.
Overigens was Jones enkele weken daarvoor uit de Stones gezet. Zijn overmatig
drank- en drugsgebruik hadden er voor gezorgd dat hij op de laatste 2 elpees
van de Stones nog maar nauwelijks enige bijdrage had geleverd. Brian Jones
hield niet van doorsnee gitaren. Vaak speelde hij op een Gibson Thunderbird,
maar hij was vooral bekend als bespeler van de Vox MK VI, de ‘teardrop’, zoals
in dit filmpje:
The Rolling Stones – Off the Hook


De op een na laatste popster die op 27-jarige leeftijd het tijdelijke
voor het eeuwige verwisselde deed dat geheel vrijwillig door zich een kogel
door het hoofd te jagen. Kurt Cobain was de grote man van Nirvana, de
grungeband uit Seattle. De muziek van die band kan mij in het geheel niet bekoren, maar zo
zie je maar dat als je het goed aanpakt toch nog in De Keus van Bassie terecht kan komen.
Nirvana – Smells Like Teen Spirit


Op 3 juli 1971
overleed in Parijs Jim Morrison, zanger van The Doors. Ook over zijn dood doen
vele geruchten de ronde. De officiële doodsoorzaak is een hartaanval, die naar
alle waarschijnlijkheid in verband heeft gestaan met zijn overmatig drugs-en drankgebruik. Zijn graf op het Parijse kerkhof
Père-Lachaise is nog steeds een bedevaartsoord voor velen en men komt van over
de hele wereld om het graf van ‘The Lizard King’ te bezoeken. Een van de
kenmerken van The Doors was dat ze geen bassist hadden. Organist Ray Manzarek
(inmiddels ook overleden) speelde de baspartijen met zijn linkerhand op een Fender
Rhodes Piano Bass.
The Doors – When the Music’s Over

De lange tijd enige dame in de club van 27 is Janis Joplin. Zij werd bekend als zangeres van de
band Big Brother & The Holding Company die in 1967 bekendheid verwierf op
het Monterey Pop Festival. Dit was een 3-daags festival waar naast alle grote
bands uit de Californische undergrounscene onder andere The Animals, Simon
& Garfunkel, Steve Miller Band, The Byrds, Jefferson Airplane, Otis
Redding, The Who en The Jimi Hendrix Experience optraden. Niet lang na dit
festival en het uitkomen van hun tweede album besluit ze de band Big Brother
& The Holding Company te verlaten en solo verder te gaan. En ook maar haar
was het het bekende liedje: drank en drugs. Op 4 oktober 1970 overleed ze aan
een overdosis heroïne.
Janis Joplin – To love somebody

De laatste die op 27-jarige leeftijd het tijdelijke voor het
eeuwige verwisselde is Amy Winehouse. Een geweldige zangeres die echter ten
onder ging aan alcohol en drugs. Zij heeft er overigens, door verschillende liedejes van hen te
coveren, voor gezorgd dat er een nieuwe generatie de band The Specials heeft
leren kennen. En zo kon het gebeuren dat ik enkele jaren geleden samen met mijn
zoon Jesse (bijna 10 jaar na de eerste succesperiode van The Specials geboren)
een concert van hen in Paradiso bezocht. Hij wist niet wat hij zag toen hij
zijn oude vader uitgelaten op de ska-klanken van de band zag staan springen.
Amy Winehouse / The Specials – You’re wondering now

En ja, jullie konden er op wachten. Mijn grote gitaarheld. Ook
niet ouder geworden dan 27 jaar.
Jimi Hendrix groeide als verlegen jongetje op in een achterbuurt van
Seattle. Op zijn achttiende ging
hij van school om in het leger te gaan (waar hij bevriend raakte met bassist
Billy Cox, waar hij later veel mee samen zou spelen). Gelukkig voor ons werd
hij na een mislukte parachutesprong waarbij hij zijn enkel brak uit het leger
ontslagen en stortte hij zich op de muziek. Hij verdiende zijn brood als
gitarist in de begeleidingsbands van onder andere Sam Cooke, Jackie Wilson,
Little Richard, The Isley Brothers en Curtis Knight en King Curtis. In 1966 was
de Engelse producer Chas Chandler, die bekend was geworden als bassist van de
Animals, in Amerika op zoek naar talent en ontdekte daar Jimmi Hendrix. Hij nam
hem mee naar Engeland en met bassist Noel Redding en drummer Mitch Mitchell
werd The Jimi Hendrix Experience gevormd. Zij scoorden in 1967 en 1968 hits als
‘Hey Joe’, ‘Purple haze’ en ‘Foxy lady’. Zijn optredens waren niet alleen voor
het oor, maar ook voor het oog een boeiende aangelegenheid omdat Hendrix niet
vies was van het nodige visuele effectbejag. Achter de rug spelen, met de
tanden spelen of, zoals op het Monterey popfestival, het in de fik steken van
de gitaar. Hij zal vanwege zijn linkshandigheid altijd geassocieerd blijven met
de omgekeerde Fender Stratocaster, maar bij tijd en wijle bespeelde hij ook
andere gitaren, zoals in dit filmpje waarop hij op een Gibson SG speelt.
Jimi Hendrix – Red House

Jimi Hendrix ging steeds meer tijd in de studio doorbrengen waar
hij, tot grote frustratie van Chas Chandler en Noel Redding, eindeloos en
eindeloos bezig kon zijn met het schaven aan en perfectioneren van nummers. Als
resultaat van deze frustratie en vanwege het feit dat hij eigenlijk zijn
oorspronkelijke functie van gitarist weer wilde uitoefenen begon Redding zijn
eigen bandje Fat Matress. Dit resulteerde er in dat Hendrix op zijn 3e album
‘Electric Ladyland’ veelvuldig zelf de baspartijen voor zijn rekening nam. Niet
lang daarna stapte Redding officieel uit de Jimi Hendix Experience. Hendrix
vroeg daarop zijn oude legermaatje Billy Cox om de rol van bassist over te
nemen. Vanwege een contract dat Hendrix in 1965 met producer Ed Chalpin had
gesloten was hij nog verplicht om een album op te nemen met nieuw materiaal wat
niets met de Experience te maken mocht hebben of daar mee geassocieerd kon
worden. Met bassist Billy Cox en Drummer Buddy Miles werd daarom op 31december
1969 en 1 januari 1970 twee concerten in de Filmore East in New York gegeven.
Opnames van deze concerten resulteerde in het live album ‘Band of
Gypsies’. Op 18 september 1970
overleed Hendrix in Londen na het innemen van een overdosis slaappillen waarna
hij stikte in zijn eigen braaksel. Van deze concerten in de Filmore East zijn
niet alleen geluidopnamen maar ook film, maar op YouTube worden deze consequent
verwijderd in opdracht van de erven Hendrix.
Maar er is nog genoeg te genieten. Dit is mijn ogen de beste
versie van ‘Little Wing’. Deze versie kwam postuum terecht op het album
‘Hendrix in the West’. Helaas heeft iemand in een vlaag van kunstzinnigheid
gemeend er de branding van de zee doorheen te projecteren.
Jimi Hendrix – Little Wing



Duetten

De Keus van Bassie Posted on Tue, February 25, 2014 17:13:54

Omdat wij een duo nachtegaaltjes als leading ladies van de band
hebben richten we deze keer in De keus van Bassie de blik op duetten. Duetten
zijn er in vele soorten en maten. Maar de leukste zijn natuurlijk de duetten
van gelegenheidsduo’s. En ook die zijn er in soorten en maten. In mijn
speurtocht door de krochten van YouTube ben ik er een aantal tegengekomen die
opmerkelijk genoeg zijn om eens voor het voetlicht te brengen.
Zoals jullie wellicht weten ben ik geen groot liefhebber van de
periode van kerstmis en nieuwjaar. Ik ben altijd blij wanneer het 2 januari is.
Toen ik vele jaren geleden al zappend de 2e kerstdag doorworstelde stuitte ik
bij de BBC aangekomen op een muzikaal kerstprogramma. Normaal gesproken zou ik
binnen drietiende seconde zijn doorgezapt maar het duo dat ik daar zag deed mij
besluiten om een aantal minuten naar een kerstliedje te luisteren.
David Bowie & Bing Crosby – Little drummer boy

Een van mijn favoriete zangers is Wilson Pickett. Een geweldige
zanger, onder andere bekend van “Mustang Sally” en “In the midnight hour”. Dat
laatste nummer is geschreven door gitarist Steve Cropper. In een eerdere Keus
van Bassie heb ik al eens verteld van deze blanke gitarist die in de jaren ’60
samen met de blanke bassist Donald “Duck” Dunn in de begeleidingsband van Otis
Redding speelde. Deze meneer Cropper is bij het grote publiek waarschijnlijk
bekend geworden door de film “The Blues Brothers” waar hij de gitarist van de
Blues Brothers Band was (en Donald Dunn trouwens de bassist). Behalve een begenadigd gitarist is hij ook een uitstekend
componist die vele hits voor diverse soulzangers heeft geschreven. De bekendste
zijn “Dock of the bay, het reeds genoemde “In the midnight hour” en “Knock on
wood”. En zo schreef hij voor Wilson Pickett ook het nummer “6345789”. En dit
nummer (wat ik zelf in mijn vorige muzikale leven nog eens met de band Shakey Ground
heb opgenomen) is ook eens door een duo gezongen.
Tina Turner & Robert Cray – 6345789

Het is gebleken dat het spelen in bepaalde bands geen garantie is
voor een lang en gelukkig leven. Zo is de hele Jimi Hendrix Experience
inmiddels de pijp uit. Jimi Hendrix werd 27 jaar oud, Noel Redding 57 en Mitch
Mitchell 61. Ook drie van de
oorspronkelijke leden van The Wailers hebben al lang geleden het tijdelijke
voor het eeuwige verwisseld. Bob Marley overleed aan lymfeklierkanker en
drummer Aston Barrett en gitarist Peter Tosh werden door criminelen vermoord.
Nadat Peter Tosh (die eigenlijk Winston Hubert McIntosh heette) uit de Wailers
was gestapt maakte hij een aantal solo albums, maar zijn grootste succes
behaalde hij met een duet.
Peter Tosh & Mick Jagger – Don’t look back

Het laatste duo wordt in het filmpje ingeleid.
Dr. John & Jools Holland – Boogie Woogie Twins



Bassisten

De Keus van Bassie Posted on Mon, February 24, 2014 20:42:32

Een categorie musici waar ik het nog niet over heb gehad zijn
bassisten. Vandaar deze keer in De Keus van Bassie: bassisten.

In een eerdere aflevering vertelde ik al van de vele grootheden uit
de jazz- en fusionwereld bij Miles Davis hebben gespeeld. Een van hen is
bassist Marcus Miller. Al op jeugdige leeftijd verdiende hij zijn brood als
sesiemuzikant. Zo werkte hij onder andere voor Tom Browne (‘Funkin’ For
Jamaica’), The Brecker Brothers, Bob James, Grover Washington Jr., Roberta
Flack, Carly Simon, McCoy Tyner, Bryan Ferry en Luther Vandross. Op zijn 21e
kwam hij in de band van Miles Davis spelen en toerde daar twee jaar mee. Na
enkele jaren met ander musici te hebben gewerkt en geproduceerd vroeg Miles
Davis hem in 1986 om een album voor hem te schijven en te produceren. Dat werd
het album “Tutu” waarvan hier het titelnummer:
Marcus Miller – Tutu


Een van de meest onderschatte bassisten (niet door bassisten
overigens) is iemand waarvan iedereen weet dat ‘ie bas speelt, die
wereldberoemd is, maar nauwelijks vanwege zijn kwaliteiten als bassist: Paul
McCartney. En dat is onterecht want hij is in de jaren ’60 heel erg belangrijk
geweest voor de ontwikkeling van het basspel in de popmuziek. Was de rol van de
bassist in vroeger tijden niet veel meer dan het plonken van de grondtoon van
het gespeelde akkoord, mede door de invloed van McCartney is de bas een veel
volwassener rol in de moderne muziek gaan spelen. Hij was namelijk iemand die,
vanuit zijn geschiedenis als gitarist, meer melodieuze baslijntjes ging spelen.
Want het was pas nadat bassist
Stuart Sutcliffe in 1961 uit de Beatles stapte dat McCartney tegen wil en dank
de bas maar ter hand nam. Hierbij een voorbeeld van zo’n melodieuze baspartij.
Het is jammer dat Ringo Starr, een net zo matige zanger als drummer, er
doorheen zingt.
The Beatles – With a little help from my friends

Het meest gesampelde en gejatte basloopje is dat van “Good times”
van Chic. Het is een van de kenmerkende basloopjes van de helaas al weer vele
jaren in The Band in Heaven spelende Bernard Edwards. Behalve een in mijn ogen
geweldige bassist was hij ook producer van o.a Chic, Sister Sledge, Diana Ross,
Sheila E. En Johnny Mathis.
Chic – Good Times

Ook de nummer 2 is niet meer onder ons. Op 21 september 1987,
slechts 35 jaar oud, overleed Jaco Pastorius nadat hij door een uitsmijter van
een club in elkaar was geslagen. Hij was inmiddels van superheld tot paria
verworden en leefde op straat. Dit alles als gevolg van de combinatie van
manische depressiviteit en overvloedig alcohol- en drugsgebruik. Zijn grote
bekendheid kwam toen hij in 1976 toetrad tot de band Weather Report. In de loop
der jaren werd hij echter steeds onhandelbaarder en volkomen onvoorspelbaar in
zijn gedrag. Met als gevolg dat niemand meer met hem samen wilde spelen. Door velen wordt hij als een van de meest invloedrijke bassisten
uit de muziekhistorie beschouwd en heeft het fretloos basgitaar spelen op de
kaart gezet. En hoe! Zijn bijnaam “Paganini van de bas” zegt veel over zijn
virtuositeit.
Weather Report – Teen Town

En om het rijtje lijken af te maken, ook mijn absolute nummer 1 is
dood.
Ik heb al vaker verteld dat reeds op zeer jeugdige leeftijd fan
was van The Who. Mijn idool Keith Moon was de drummer. Nadat ik hem had gehoord
en gezien wist ik dat ik drummer wilde worden. Dat ben ik ook geworden, maar
mijn muzikale carrière heeft later een andere wending genomen, waardoor ik nu
wekelijks aan een plank met 4 snaren sta te plukken. Maar The Who, daar ben ik
nog steeds gek van. Deze band bestond uit 3 mannen die als gekken tekeer gingen
en 1 dooie lul die rustig het
fundament van het bandgeluid legde. De eerste bassolo ooit in de
popmuziek (My Generation) staat op zijn naam en kan dan ook gerust de moeder
aller bassolo’s genoemd worden. De man had een wat morbide smaak getuige de
titels van zijn eerste 2 soloalbums, “Smash your head against the wall” en
“Rigor mortis sets in”. Ook had hij een voorliefde voor wat extravagante
bassen, zoals op het filmpje te zien is waar hij op zijn uit grafiet
opgetrokken Buzzard Bass speelt. Op YouTube is ook een filmpje te vinden waarin
hij met een jachtgeweer kleiduiven schiet. Die kleiduiven waren gouden platen…..
John Entwhistle – Bassolo 5:15

En wie hier niet genoeg aan heeft een clip van het legendarische Who-nummer ‘Won’t get fooled again’, maar dan alleen de baspartij. Uit de rockdocumentaire over The Who ‘The kids are alright’.
John Entwhistle – Won’t get fooled again, islolated bass



Lemon Curry

De Keus van Bassie Posted on Mon, February 24, 2014 18:55:40

Zonder verder commentaar.

Mandy

Marjo

Ed

Tom

Martijn

Bassie



Jarmo

De Keus van Bassie Posted on Mon, February 24, 2014 18:40:28

Een paar weken geleden hadden we het op de repetitie
over namen en ik vertelde hoe wij aan de naam voor onze jongste zoon waren
gekomen.
Daarom deze week in De Keus van Bassie: Jarmo.

De naam van onze jongste spruit hebben wij ontleend
aan de Nederlandse jazztrompettist Jarmo Hoogendijk. Zijn moeder is Finse en
dat verklaart zijn Finse naam. De naam is de Finse versie van de hebreeuwse
bijbelse naam Jeremia (in het Engels Jeremy). Ik kende de muziek van het Ben van den Dungen/Jarmo
Hoogendijk Kwintet en keek daarom in de zomer van 1993 naar een uitzending van
het North Sea Jazz Festival waar zij speelden. Toen Paula de naam Jarmo hoorde
vond ze dat een hele mooie naam voor het kind in haar buik, mocht het weer een
jongetje worden. Dat vond ik ook. Het werd een jongetje en die heet dus sinds 27 september 1993 Jarmo.
Ben van den Dungen/Jarmo Hoogendijk Quintet – Trouble Ahead

Helaas is Jarmo Hoogendijk sinds een aantal jaren niet
meer in staat om behoorlijk trompet te spelen. Na een operatie aan zijn
bovenlip door een arts in Toronto bleek de vorming van littekenweefsel hem het
spelen onmogelijk te maken. Hij heeft de hoop nog niet opgegeven om ooit weer
op niveau te kunnen toeteren, maar of dat ooit zal gebeuren blijft ongewis.
Gelukkig hebben we de foto’s (en de muziek) nog.
Een van de bands waar Jarmo Hoogendijk in speelde was
Nueva Manteca. Deze band, waar ook de virtuoze drummer Lucas van Merwijk in
speelt, maakt Latin Jazz. Het is
een mengeling van Afro-Cubaanse ritmes en Bebop. Nueva Manteca is in Nederland
volslagen onbekend. In Miami en New York daarentegen zijn zij in de
Spaanstalige gemeenschap zeer bekend. Het nummer van het volgende filmpje “En
qualqier clave” heeft wekenlang op nummer 1 gestaan in de Latin Top 100 aldaar.
Nueva Manteca – En Qualqier Clave

Een ander band waar Jarmo Hoogendijk in speelde en
die ik net als Nueva Manteca vele malen heb zien optreden is de Cubop City Big
Band onder leiding van drummer Lucas van Merwijk. Dit orkest speelt muziek in
de traditie van de Latin orkesten die in de jaren ’40 populair waren in New
York, en met name “The Afro Cubans”het orkest van Machito, de artiestennaam van
de uit Cuba afkomstige Francisco Raúl Gutiérrez
Grillo (Frank voor zijn vrienden). De muziek was een mengeling van de
traditionele Cubaanse muziek en de bebop van Dizzie Gillespie en Charlie
Parker. Het hoofdkwartier van de band van Machito was een club genaamd Cubop
City.
Het tweede album van de bigband (Moré And More) eindigt op de tweede plaats
in de verkiezing ‘Best Latin Album Of 1998’ van het Amerikaanse tijdschrift
Latin Beat Magazine.
Cubop City Big Band – Mulata Rumbera



Percussionisten

De Keus van Bassie Posted on Mon, February 24, 2014 18:18:03

Omdat ik
mijn leven in de popmuziek ben begonnen als percussionist deze keer in De Keus van Bassie:
percussionisten.

Mijn eerste
schreden in de muziek zette ik In Amstelveen op de muziekschool. Daar volgde ik
de opleiding Algemene Muzikale Vorming. Toen we 5 jaar geleden, na het
overlijden van mijn moeder, mijn ouderlijk huis leeg gingen ruimen vond ik het
diploma. Zo te zien had ik er wel kaas van gegeten.

In diezelfde
periode ging ik op pianoles. Of liever gezegd moest ik op pianoles. Zelf wilde
ik drummer worden. Maar ik werd naar de muziekschool gestuurd om pianoles te
krijgen. Bij juffrouw Swaanswijk, een ongehuwde dame die in mijn ogen (ik was
een jaar of 10) al lang de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt maar om voor
mij onbegrijpelijke redenen “juffrouw” werd genoemd. Ik kreeg er,
omdat er louter klassieke stukken gespeeld werden, na enkele jaren een grondige
hekel aan en toen mijn ouders er achter kwamen dat ik in plaats van naar
pianoles met vriendjes aan het voetballen was mocht ik er vanaf. Ik heb vele
jaren geen toetsenbord aan willen raken.
En het was
toen ik net van pianoles af mocht dat ik voor het eerst Santana hoorde. En het
drummertje in mij stak de kop weer op. Want behalve “gewone” drums hoorde ik
nog meer trommelgeluiden die ik op dat moment niet goed thuis kon brengen. Het
bleken conga’s en timbales te zijn. Die klanken hebben mij nooit meer los
gelaten.
Het ging om
deze muziek, Santana, met op timbales de legendarische José ‘Chepito’ Areas:
Santana – Savor / Jingo

Toen ik als
jong volwassene ging werken en dus centjes verdiende scharrelde ik een drumstel
bij elkaar. Een snardedrum hier, een tommetje daar en ergens anders een paar
bekkens. Maar die trommels van Santana die bleven mij fascineren. Dus na het
drumstel kwamen er ook (Kwalitatief Uitermate Teleurstellende) conga’s en een
setje van doorschijnend kunststof gemaakt timbales bij. Het werd erg vol op
mijn kamer.
Een Nederlandse
band die percussie gebruikte was in het tweede deel van de jaren ’70 Massada.
Ik vond het geweldig. Na twee goede elpees was het wat mij betreft over met
Massada. Het werd een bandje met zoetsappige zeikmuziek, en waarschijnlijk
daarom scoorde ze toen hun enige nummer 1 hit met Sajang E. Ik laat iets zien
uit de eerdere periode.
Massada – Dansa

Overigens
was ik helemaal weg van de timbalesspeler van Massada, Zeth Mustamu, die
overigens ook aardig uit de voeten kon op conga’s. Nadat Massada begin jaren
’80 uiteen viel heb ik nooit meer wat van hem vernomen. Tot ik een paar jaar
geleden de laatste paar minuten van een programma (ik denk van de IKON) zag
waaruit bleek dat hij de muziek had ingeruild voor een heel ander leven. Hij
was dominee geworden. Op die clip
van Massada is trouwens nog een van mijn jeugdhelden te zien: Nippy Noya. Hij
speelde tot 1975 in Massada. Daarna heeft hij bij ontelbare andere muzikanten
gespeeld, onder anderen John Mc Laughlin, Billy Comham en Chaka Kahn.
In de jaren
’80 van de vorige eeuw werd er op de Duitse televisie het programma
‘Superdrumming’ uitgezonden, gepresenteerd door Pete York, de drummer van de
Spencer Davis Group (Gimme some lovin’). Daarvan is de volgende clip:
Nippy Noya / Pete York – Collapso Calypso

De grootste timbalesspeler aller tijden is Tito Puente. Niet alleen vanwege zijn technische kwaliteiten, maar ook voor hetgeen hj vaar de latin muziek heeft gedaan.
In 1923
geboren uit Puero Ricaanse ouders in Spanish Harlem, New York. Zijn grote
verdienste is dat hij de latin muziek in de jaren ’50 populair maakte bij het
grote publiek. Vele tientallen albums nam hij gedurende zijn carrière op. Ik heb
twee keer op North Sea Jazz gezien en beide keren begon hij me al vrij snel te
irriteren met zijn gebaartjes en grimassen. Maar de muziek was geweldig. Zijn
bijnaam was een toepasselijke: El Rey del timbal, de koning van de timbales.
Hier een filmpje van de gelijknamige song:
Tito Puente – El Rey del Timbal

Een
Nederlandse drummer (en wat voor een!) die net als Tito Puente als orkestleider
fungeert is de geweldige Lucas van Merwijk. Al vele jaren is de Cubop City Big
Band een uniek orkest. Enkele jaren geleden leek er een eind aan het
orkest te komen toen de subsidie die zij ontvingen werd stopgezet. Een
dergelijk orkest (20 man) is, gezien de beperkte markt die er voor latin muziek
in Naderland is, commercieel niet te exploiteren. Ik heb toen ook met zeer
gemengde gevoelens het afscheidsconcert bijgewoond. Vorig jaar echter kwam er
goed nieuws omdat er toch weer een projectsubsidie was verkregen waardoor dit
unieke orkest weer een jaartje voort kon. Uiteraard
weer zo’n verderfelijke linkse hobby, maar ik luister er liever naar dan naar
de fascistoïde taal van onze geblondeerde Glorix-Ariër uit Venlo.
Cubop City Big Band – El As de Rumba

Ongetwijfeld
de allerbeste congaspeler die er op onze aardbol rondloopt is Giovanni Hidalgo.
Ik kan er lang of kort over lullen, laat de muziek voor zichzelf spreken.
Giovanni Hidalgo – Conga solo



Prangende vragen

De Keus van Bassie Posted on Mon, February 17, 2014 19:48:23

Hoewel ik nog enkele weken kan vullen met nummers over dieren,
deze keer toch maar iets anders in De Keus van Bassie. En de grote vraag is natuurlijk waar het deze week over gaat. En
daar gaat het dus over: over essentiële vragen die ons ’s nachts wanneer wij
ons te ruste leggen kwellen en daarmee uit de zo broodnodige slaap houden.

De eerste prangende vraag die ons kan kwellen is: Who are you? En door wie kan deze vraag beter gesteld worden dan door The Who? Ik heb al meerdere keren gememoreerd dat ik sinds 8-jarige
leeftijd fan van deze band ben, dus de geringste aanleiding is genoeg om weer
een Who-nummer op jullie af te vuren. Over dit filmpje valt nog wel het een en
ander te vertellen. Met name over de instrumenten die de heren gebruiken. Zo speelt mijn collega John Entwistle op
een bas die bestaat uit de body van een Gibson Explorer met daaraan een hals
van een Fender Precision. Voor de puriteinen is dit voor zowel de Fender- als
de Gibsonadepten een verschrikkelijke vorm van heiligschennis. Overigens heeft
hij ook jarenlang op een Gibson Thunderbird met een Fender Precision hals
gespeeld. Deze bas noemde hij niet voor niets z’n Fenderbird. Wie goed kijkt ziet op de gitaar van Pete Townshend een grote 1
staan. Hij had vanaf 1974 de
gewoonte om zijn gitaren te nummeren. Omdat hij diverse Les Pauls had vond hij
het makkelijk om ze op die manier uit elkaar te houden.
Voor wie het interesseert is er hier meer over te vinden:
Pete Townshend’s Gibson Les Paul Deluxes: 1972-1979

Ja, en dan natuurlijk mijn jeugdidool, drummer Keith Moon. Op dit
flmpje is iets bijzonders te zien, namelijk Keith Moon die een hi-hat gebruikt.
En die staat dan ook nog eens op een tamelijk ongebruikelijke plek in het
geheel.
The Who – Who are you?

De volgende vraag die ons uit de slaap kan houden is hoe wij ons
als eenvoudige boerenlullen door het leven moeten slaan.
Ry Cooder – How can a poor man stand such times and live?

En hoe vaak heb ik niet naar het plafond liggen staren mijzelf
afvragend hoe het in hemelsnaam mogelijk was?
Joe Jackson – I she really going out with him?

Wanneer we dan eindelijk in slaap zijn gevallen doemt in onze
dromen de volgende vraag op:
The Soft machine – Why are we sleeping?

De wekker gaat en slaapdronken stappen wij een nieuwe dag in. Vol
verwondering bezien wij de dingen om ons heen en vragen ons af:
Barend Servet – Hoe kan dat nou?

Er zijn vragen die niet erg voor de hand liggen, maar die tijdens
een stomvervelende verjaardag van je tante waar je pech hebt naast de erg graag
zichzelf horende buurman die, terwijl jouw gedachten zijn oeverloos geleuter
aanhorend afdwalen, uitweidt over al de kwalen waar je als ouder wordende man
mee te maken gaat krijgen zo maar spontaan op kan komen is:
Mothers of Invention – What’s the ugliest part of your body?

Maar de vraag die ons als toegewijde muzikanten het zwaarst op de
maag ligt is ongetwijfeld:
Bonzo Dog Doo-Dah Band – Can blue men sing the whites?



Dieren

De Keus van Bassie Posted on Mon, February 17, 2014 19:14:08

Vrienden en vriendinnen,

Het idee dat Paul afgelopen dinsdag
opperde was een goed idee. Daarom deze week in De Keus van Bassie: dieren.

Er zijn heel wat liederen over dieren
geschreven. Vorig jaar (of was het al weer het jaar ervoor?) heb ik een cd’tje
gebrand met louter liederen over honden voor vrienden van ons wiens hond 11
pups de wereld in had geschoten. Ik zal me dus moeten beperken.
En omdat het Paul zijn idee was beginnen
we met iets wat hem ongetwijfeld aan zal spreken. In 1977 opgericht, in 1981
uiteengevallen, in 2009 weer bij elkaar (op 1 lid na) en in 2010 een van de
hoogtepunten van Lowlands.
The Specials – Monkey Man

Eentje die natuurlijk niet mag ontbreken
is van Neerlands beste gitarist (sorry Martijn en Nick). Tot vandaag was er
geen filmpje van op JijPijp. Maar vanaf vandaag wel.
Harry Sacksioni – De Paddentrek

De man die ik het liefst elke week in De Keus van Bassie onder de aandacht zou willen brengen is Mack
Rebenack. Bij het horen van deze naam zullen er enkele wenkbrauwen opgetrokken
worden. Bij het horen van zijn artiestennaam zullen er mogelijkerwijs enkele
weer in de oorspronkelijke stand terugkeren. Diegenen waarbij de
wenkbrauwen opgetrokken blijven zal ik graag bijscholen in zijn muziek.
Dr. John – How come my dog don’t bark
(when you come ‘round)?

Een filmpje met de huiskamervraag van
deze week: wie is die pianist met die sigaar in zijn muil, die al eerder in De Keus van Bassie figureerde?
Squeeze- Cool for cats

Een bandje dat natuurlijk niet kan
ontbreken wanneer het thema ‘dieren’ is, is The Monkees. Dit bandje (dat de
ouderen onder ons zich wellicht kunnen herinneren) werd in 1965 bij elkaar
gehaald om een televisieserie over een popbandje te maken. De heren werden dus
niet op hun muzikale kwaliteiten geselecteerd, maar het moest er vooral leuk
uitzien. In het begin werd de muziek van hun liedjes dan ook door andere
muzikanten ingespeeld en verzorgden zij zelf alleen de vocalen. Later wisten
zij echter af te dwingen dat zijn ook zelf hun instrumenten mochten bespelen.
In 1967 gingen zij zelfs op tournee. Een grappig detail daarbij is dat deze
vier heren fans waren van Jimi Hendrix. In 1967 was Hendrix in de VS nauwelijks
bekend, hij was vooral beroemd in Europa. De Monkees wilden hem graag promoten
en zodoende kwam Jimi Hendrix is het voorprogramma
van de Monkees te spelen! Niemand kan zich het tegenwoordig nog voorstellen,
maar dat was hoe de verhoudingen toen lagen. De serie liep 3 jaar in Amerika en
in 1968 werd de laatste aflevering uitgezonden. De band bracht nog wel enkele
albums uit, maar grote successen bleven uit.
The Monkees – Daydream Believer

We komen langzamerhand bij de apotheose.
En de heer Zappa had al een vermoeden waar het deze week op ging uitdraaien.
Frank Zappa – It must be a camel

En hier is ‘ ie dan:
The Bonzo Dog Doo-Dah Band – Ali Baba’s
camel



Akoestische gitaristen

De Keus van Bassie Posted on Mon, February 17, 2014 18:08:06

Omdat ik wanneer ik thuis gitaar speel meestal mijn
akoestische Taylor pak deze, keer in De Keus van Bassie akoestische
gitaristen.

Iemand die eigenlijk alleen bekend is als electrisch
gitarist (en waarschijnlijk de meest baanbrekende) is jimi Hendrix. Maar op
YouTube zijn een paar filmpjes te vinden waarop hij akoestisch speelt. De
meesten zjin door amateurs op feestjes opgenomen en over het algemeen van
abominabele kwaliteit. Maar uit een documentaire die enkele decennia geleden
over hem is gemaakt komt deze waarop hij op een (niet helemaal zuiver gestemde)
12-snarige akoestische speelt.
Jimi Hendrix – Hear my train a coming

En als we het dan toch over 12-snarige akoestische
gitaren hebben, dan komt er bij mij 1 naam meteen boven: Leo Kottke. Een
geweldige gitarist die vrijwel uitsluitend op een 12-snarige speelt. En over
het algemeen speelt hij 12-snarig met een bottleneck. Ze zullen er ongetwijfeld
zijn, maar ik ken geen andere gitaristen die dit doen. Hij is bij het grote
publiek weinig bekend, maar maakt al sinds1969 albums en toert nog steeds over
de gehele wereld. In het begin van de jaren ’80 kreeg hij last van chronische
peesontstekingen in zijn rechterhand als gevolg van zijn speelstijl. Het gevolg
hiervan was dat hij zijn rechterhandtechniek moest aanpassen. Omdat dat niet
iets is wat je zo maar even doet nam hij enkele jaren afscheid van het podium
en de studio om deze nieuwe techniek onder de knie te krijgen. Hier een filmpje
van een jaar of 30 geleden waarop hij ook nog een fraai country-nummer zingt,
en hij zijn dankbaarheid jegens Pamela Brown uitdraagt.
Leo Kottke – Pamela Brown

Een gitarist met een vrij onorthodoxe stijl is de
Amerikaan Preston Reed. Als jonge gitarist werd hij onder andere beïnvloed
door Leo Kottke, maar later ontwikkelde hij zijn kenmerkend percussieve stijl.
Hij speelt op een baritongitaar die een wat grotere klankkast en mensuur heeft dan
een “gewone” gitaar.
Preston Reed – Ladies Night

Wie goed heeft opgelet zag dat de gitaar waar hij in
deze clip op speelt door mijn goede vriend Mark Bailey is gemaakt.
Preston’s Blog – My new guitar

Bailey Guitars – Bailey baritone custom acoustic

De bekendste (en in mij ogen beste) Nederlandse
akoestische gitarist is Harry Sacksioni. Als jonge knaap was hij een talentvol
voetballer en speelde in de jeugd van Ajax. Op 17-jarige leeftijd koos hij
echter voor de gitaar. In de jaren ’70 was hij tien jaar lang de vaste
begeleider van Herman van Veen. In die periode werden ook zijn eerste
solo-albums uitgebracht. Zijn carrière als sologitarist nam op een gegeven
moment een zodanige vlucht dat hij zijn samenwerking met Van Veen beëindigde en
zich volledig op zijn solocarrière stortte. En met succes. De inmiddels 60-jarige
Sacksioni toert nog steeds door binnen- en buitenland. Hij heeft nooit les
gehad en heeft zichzelf alles wat hij kan bijgebracht. Bij het laatste concert
dat ik bezocht vertelde hij
hierover een aardige anecdote. Hij woonde als jongman in de Rijnstraat in
Amsterdam, waar zijn vader een sigarenzaak had. Zijn slaapkamer was achter de winkel.
Nadat hij op een avond van de voetbaltraining thuis kwam pakte hij zijn gitaar
en ging nog wat oefenen op een stuk dat hij koste wat het kost onder de knie
wilde krijgen. Op een gegeven moment kwam zijn vader naar beneden en zag hem,
aangekleed en wel, in zijn kamer gitaar zitten spelen. “Zo jongen, jij bent
vroeg op.” Het bleek dat het 7 uur ’s ochtends was en hij zonder het in de gaten
te hebben de hele nacht had zitten oefenen.
Harry Sacksioni – I Wish

De allergrootste akoestische gitarist die er op onze
aardkloot rondloopt is zonder twijfel de Australiër Tommy Emmanuel. Deze man is
behalve een virtuoos gitarist ook een geweldige entertainer. Ik heb inmiddels
diverse keren een concert van hem bezocht en zonder dat je het in de gaten hebt
is het zo 2 uur later.
Tommy Emmanuel – Day Tripper / Lady Madonna


Eén filmpje is natuurlijk niet genoeg dus ook deze
nog maar:
Tommy Emmanuel – Classical Gas



Later

De Keus van Bassie Posted on Sun, February 16, 2014 14:21:47

Sinds 1992 zendt de BBC het programma “Later with Jools
Holland” uit. In dit programma komt een zeer brede keur aan bands en solo
artiesten, zowel gevestigde namen als relatief onbekende lieden aan bod. Ik zou
tientallen prachtige stukken muziek kunnen laten zien, maar omdat De Keus van
Bassie zich altijd beperkt tot 5 liedjes deze week een vrij willekeurige greep
(en in volstrekt willekeurige volgorde) uit “Later with Jools
Holland”.

De band die ik als 14-jarig pikkie (ik mocht met mijn oudste broer
mee) ooit live in de oude RAI mocht aanschouwen is inmiddels teruggebracht tot
2 van de originele leden. De heren Moon en Entwistle vertonen hun kunnen al
enige tijd in The Band in Heaven, maar de heren Starkey en Palladino zijn
waardige vervangers. De zangkunsten van de heer Daltrey beginnen echter wel
ernstig te verminderen, al weet hij dat in dit nummer nog redelijk te
camoufleren. Het bijzondere is dat de heer Starkey als achtjarige zijn eerste
drumstel als verjaardagscadeautje van zijn illustere voorganger Keith Moon
kreeg. En hij is een ongeveer 10 x betere drummer dan zijn vader. Maar zo
beroemd als zijn vader zal hij echter nimmer worden.
The Who – Baba O’Riley

Zes jaar nadat ik The Who in de oude RAI zag ging ik weer samen
met mijn oudste broer naar een concert, deze keer in Ahoy. Daar speelde David
Bowie. Hoewel hij de laatste decennia in mijn opinie niet veel bijzonders meer
heeft laten horen blijft hij een icoon uit mijn tienerjaren. En een geweldige
zanger.
David Bowie – Rebel rebel

Mijn muzieksmaak is, als ik zo onbescheiden mag zijn, vrij breed.
Mijn cd-collectie gaat letterlijk van ABBA tot Zappa. Maar natuurlijk zijn er
ook legio muzieksoorten die mij niet kunnen bekoren. Country & Western is er daar zo een van. Daar is echter 1
grote uitzondering op: Johhny Cash. Ik weet niet hoe het komt, maar hem vind ik echt te gek. Misschien
komt het wel omdat ik als 12- of 13 jarige de film zag (en diep onder de indruk
was) van zijn optreden in San Quentin, een gevangenis voor zwaargestraften.
Tussen de nummers door zaten interviews met boeven die levenslang hadden
gekregen of op hun executie zaten te wachten. Het schokkende voor mij als
puberknaapje was om te zien dat die moordenaars hele gewone mensen leken. Dit
lied gaat overigens over een andere gevangenis waar hij ook heeft opgetreden.
Johnny Cash – Folsom Prison Blues

Paul vroeg mij na een eerdere editie van De Keus van Bassie of ik
ook nog eens mijn 5 favoriete toetsenisten op een rijtje zou willen zetten.
Welnu, die houden jullie nog van mij tegoed. Ik kan wel een tipje van de sluier oplichten. Deze meneer zit er
zeker tussen en hij scoort zeer hoog op mijn lijstje (ik ga natuurlijk nog niet
verklappen hoe hoog). Het boeiende is dat zijn muziek niet in een hokje is in
te delen. Ik heb zijn cd’s in winkels gevonden onder “Jazz”,
“Blues”, en “Funk”. Het is dan ook een mengeling van deze
3, waarbij de ouderwetse New Orleans jazz toch wel de basis vormt. Sinds vorige
week kent Paul hem ook.
Dr. John – Such a Night

De laatste artiest in dit rijtje is gitarist Jeff Beck, die bij
het grote publiek nooit echt heel beroemd is geworden. Maar onder gitaristen is
hij zeer geliefd en vele grote gitaristen noemen hem steevast wanneer naar hun
voorbeelden en favorieten wordt gevraagd. Hij werd in 1965 bekend als de
opvolger van ene Eric Clapton in de band The Yardbirds. Enige tijd later kwam
overigens Jimmy Page ook in deze band spelen, waarmee zo ongeveer de drie
grootste Engelse gitaristen in deze band hadden gespeeld. Jeff Beck verliet The
Yardbirds echter om zijn eigen band, heel toepasselijk The Jeff Beck Group
genaamd, te beginnen. Zanger van deze band was Rod Stewart en bassist (!!) Ron
Wood. Jeff Beck is 2x in de Rock & Roll Hall of Fame is opgenomen. In 1992
als lid van The Yardbirds en in 2009 als soloartiest. (Dat kan altijd nog
beter, Eric Clapton is 3 x in de Rock & Roll Hall of Fame opgenomen; als
lid van Th eYardbirds, als lid van Cream en als soloartiest.)
Jeff Beck – Brush with the blues



Zingende drummers

De Keus van Bassie Posted on Sun, February 16, 2014 14:06:15

Afgelopen week kwam tijdens de rust in een onderonsje met Tom het
fenomeen zingende drummers ter sprake. Daarom deze week in De Keus van Bassie:
zingende drummers.

De eerste drummer die ik ooit hoorde zingen was Micky Dolenz.
Mickey wie??? Micky Dolenz! Hij was degene die bij “The Monkees” de drumstokjes
vast mocht houden. The Monkees was halverwege de jaren ’60 een bandje dat werd
opgericht teneinde een serie over een beatbandje te maken. De knapen werden
niet vanwege hun muzikale kwaliteiten geselecteerd, maar moesten er vooral vlot
uitzien en leuk overkomen.
The Monkees – I’m a believer

De huiskamervraag voor deze luidt overigens: wie schreef dit
liedje?

De tweede zingende drummer die ik in mijn lange leven voorbij zag
komen was Robert Wyatt. Robert wie? Robert Wyatt! Hij was de drummer van een
bandje dat in de vorige Keus van Bassie de vraag stelde waarom wij slapen. Dat
nummer was trouwens een van de weinigen waarin bassist Kevin Ayers de vocale
hoofdrol speelde. The Soft Machine (want dat is de band in kwestie) bestond
behalve uit deze twee heren nog uit organist Mike Ratlidge. Na uitkomen van hun
eerste album verliet Ayers de band en werd opgevolgd door een van de roadies
van de band, Hugh Hopper. Met Robert Wyatt liep het niet zo goed af. Op 1 juni
1973 flikkerde hij zwaar beneveld 4 hoog het raam uit. Hij overleefde de val,
maar is sindsdien doen zijn benen het niet meer en zit hij derhalve in een
rolstoel. Drummen was er sindsdien dus niet meer bij.
The Soft Machine – Hope for Happiness

Wat trouwens minstens zo leuk is als ouwe filmpjes op JijPijp
opzoeken is op het internet kijken hoe die jongen knapen van toen er nu
uitzien. Nou jongens en meisjes,
Robert Wyatt is geen spat veranderd:

Voor mij is Vitesse vooral een voetbalclub,
maar in de vorige eeuw was er ook een bandje met die naam. En met een zingende
drummer, Herman van Boeijen.
Vitesse – Rosalyn

Ik vind er geen reet aan, maar ja, het is een zingende drummer.

Genesis – Follow me,
follow you

Een van de meest succesvolle bands uit de pophistorie had een
zingende drummer.
Ook hier wordt ik niet echt vrolijk van, maar het gitaarwerk
vergoedt een hoop.

Eagles – Hotel California

Na al deze treurigheid besluiten we deze keer met Levon Helm.
Levon wie? Levon Helm! Van The
Band. Van welke band? The Band! O, The Band! Waren The Eagles oorspronkelijk de
begeleidingsband van Linda Ronstadt, The Band begon als de begeleidingsband van
Bob Dylan. Nadat deze een tijd was uitgeschakeld na een motorongeluk ging de
band op eigen kracht verder. Vooral hun eerste 2 albums, ‘Music from Big Pink’
(genoemd naar het huis waar zij woonden en werkten) en ‘The Band’ zijn
klassiekers die ik eenieder kan aanraden. In 1976 hielden ze het als band voor
gezien en gaven een afscheidsconcert dat door Martin Scorsese werd gefilmd. De
film ‘The Last Walz’ is hiervan het resultaat. Tijdens dit afscheidsconcert
kwamen nog wat artiesten even meespelen: Bob Dylan, Muddy Waters, Neil Young,
Joni Mitchell, Dr. John, Van Morrison, Eric Clapton en Neil Diamond.
The Band – Up on Cripple Creek

Als bonus een inkijkje in de tot standkoming van dit nummer:
The Band – The making of ‘Up on Cripple Creek



Next »